De fiets van zijn vader
11 December 2010
By on 06:56

Het was een hele gewone fiets. Een zwart frame, een zwart zadel. Geen fietstas, of snelbinders. Nog altijd trots prijkte het oer-Hollandse merk Locomotief op de schuine, beetje roestige onderbuis. Het was de hele gewone, doorsnee fiets van Bartholomeus. Een ding, een gevoelloos object. Maar hij praatte ermee, wanneer hij erop fietste. Braaf zo, goed. Rechtdoor hier. Dat ging lekker, he, die bocht. Remmen maar. Niet dat Bartholomeus antwoord verwachtte. Hij wist ook wel dat zijn woorden vervlogen met de wind tegen. Want dat had hij meestal  – en niet alleen op de fiets -. Hij was gek, maar niet zo gek.

Hij was nog van zijn vader geweest. En diens vader had hem aan zijn zoon kado gedaan voor zijn zestiende verjaardag. Een ongekend grote verrassing moet dat zijn geweest. En toen hij zelf zestien werd, kreeg Bartholomeus hem. Al had hij er al vaak genoeg op gezeten, achterop. Zijn vader schepte er altijd over op hoeveel vriendinnen op die bagagedrager hadden gezeten. Door het gewicht van de zwaarsten moest hij staand op de pedalen, zei hij, maar de fiets hield het prima, drukte hij hem vervolgens op het hart. Van de slanksten onder zijn oude vlammen keek hij zo nu en dan bezorgd achterom, uit angst dat ze van zijn fiets waren gevallen, zonder dat hij het merkte. Want hij ging hard he, de locomotief.

Bartholomeus zag het al voor zich. Hij fietsend met een meisje achterop. Op zijn bagagedrager. Haar armen om zijn middel, haar wang tegen zijn rug en haar ogen dicht. Vol vertrouwen op weg naar de bestemming. Bartholomeus rijdt er heen, naar waar zij maar wil. Geen probleem. Geen enkel probleem.

Maar er zaten nooit vriendinnen achterop. Niemand had interesse in een tochtje met hem langs de weiden en velden die hij inmiddels heel goed kende. Alleen de pakken melk en zakken brood, die hij van moeder moest halen, bracht hij op het metalen rekje mee naar huis. Niet eerder stoppen, Bartje, niet onderweg afstappen. Rechtstreeks naar kruidenier Duivelingen en rechtstreeks weer terug. Goed, moeder. Doe de groeten aan meneer Duivelingen. Doe ik, moeder.

Nu waren zijn ouders al lang overleden en zijn fiets was het enige wat hem met de buitenwereld verbond. Inmiddels hield hij van de wind tegen, maar hij hield er nog veel meer van om door drukke straten heel hard langs winkelende mensen te fietsen. Zo zag hij heel veel gezichten, zonder hun stemmen te horen. Hij was bang van de stemmen, hij wilde ze niet horen. Waarom wist hij eigenlijk niet. Hij was altijd op weg naar dezelfde kruidenier waar zijn ouders hem altijd zeiden de boodschappen te gaan doen. Van het weinige geld dat hij had kocht hij altijd hetzelfde: melk, brood, kaas, spek, aardappelen, wortels en kool.

Altijd naar dezelfde kruidenier, behalve vandaag. Vandaag had Bartholomeus wind mee. De zon warmde zijn ledematen en in het schijnsel glimlachten sommige mensen naar hem. Elke dag fietste hij langs de viskraam, waar vis vers gebakken werd. Hij rook kibbeling en lekkerbekjes en vaak was de verleiding groot om daar zijn fiets te stallen, tegen de wens van zijn moeder in. Hij durfde het niet. Vandaag was alles anders. Vandaag zou het veranderen. En het viel alleszins mee. Okee, de remouladesaus was iets anders dan de mayonaise die zijn moeder vroeger maakte, maar de lichtkrokante kibbeling maakte alles goed. De visboer zei iets aardigs, te zien aan de glimlach en lachrimpeltjes om zijn ogen, maar Bartholomeus wist niet precies wat.

Hij begreep het niet. Hij geloofde zijn eigen ogen niet, toen hij de deur van viswinkel Rhenen achter zich dicht deed en op de stoep stond. Zijn fiets stond er nog en de letters van Locomotief glommen nog even voordat de zon zich achter donkere, opeenpakkende wolken verschool. Het stuur was weg.

Het stuur was weg. Daar waar zowel zijn vader, als zijn opa de handen op liet rusten. Het stuur waarmee hij misschien wel een miljoen bochten mee maakte. Bartholomeus snapte het niet. Hij vocht tegen de tranen. Een volwassen vent huilt niet, hoorde hij zijn vader zeggen in zijn hoofd. Maar hij nam het zoals zijn vader zou doen, dacht hij. Het kettingslot ging weer om de stang van het zadel en hij besloot stapvoets naar huis te gaan.

Onderweg wist hij weer waarom hij bang was van de stemmen van mensen. Gecapuchonde jongens liepen achter hem aan en schreeuwden nare dingen tegen hem. Hij zag ze wel vaker, op de fiets, maar hij zag nooit dat ze hem probeerden te bespugen, als hij ze voorbijreed. De ene na de andere rochel gleed over zijn blauwe regenjas die zijn moeder ooit voor hem kocht. Hij onderging het gelaten. Hij dacht aan zijn moeder. In een binnenzak bewaarde hij het laatste boodschappenlijstje wat ze voor hem schreef: melk, brood, kaas, spek, aardappelen, wortels en kool. Hij hield van haar handschrift.

Toen hij een steentje tegen zijn hoofd kreeg besloot hij te rennen, met zijn handen de bovenste stang en de bagagedrager stevig omklemmend. Thuis aangekomen stalde hij de fiets in de schuur. Met een diepe zucht trok hij het deurtje achter zich dicht en draaide hem op slot. Om hem nooit meer open te doen.

0 Responses to De fiets van zijn vader

  1. Vind ik leuk!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>